Woning voormalige huisarts te koop
Voor het artikel van het Financieele Dagblad: klik hier. Bij zijn afscheid eind 2007 vertelde Brand over zijn ervaringen als huisarts in Prinsenbeek vanaf de jaren zeventig. Hoe het was om als Rotterdammer en huisdokter te werken in dit Brabantse dorp. Voor belangstellenden hieronder nog het artikel, zoals dit in BN DeStem verscheen in december 2007.
Dokter Brand stopt ermee in Prinsenbeek (2007)
Het Brabantse dorp zag er op de foto wel leuk uit; daarom koos de Rotterdamse jonge dokter indertijd voor een huisartsenpraktijk in Prinsenbeek. Spijt heeft Rob Brand (64) van deze keuze nooit gehad. Sterker nog; bijna 37 jaar later ziet hij zelfs vreselijk op tegen zijn op handen zijnde afscheid. Met Brand vertrekt ook de laatste ‘oude Beekse dokter’.
‘Hoog opgeleid in Leiden, maar nog nooit een oor uitgespoten of pleister geplakt.’ Zo kwam de jonge dokter Brand in 1971 in het toen nog boerendorp terecht. Het waren de laatste jaren van het oude Brabant die een diepe indruk op hem maakten, vertelt hij. ,,Langs de koeien, door de keuken de woonkamer in en over het stro naar de bedstede.’’ Keihard werken was het met drie huisartsen voor heel Prinsenbeek. Deeltijd arbeid bestond niet en consultatiebureau, bejaardenzorg en kleine chirurgie hoorden er gewoon bij, net als verloskunde. ,,Dit heb ik zes jaar gedaan en het is me altijd als meest dierbaar bijgebleven’’, vertelt hij. ,,Zo’n drie bevallingen per maand. Apetrots was ik dan.’’. Het waren ook de laatste jaren van de machtige katholieke kerk. Tot drie keer toe had hij een sterfgeval in de kerk zelf, een keer zelfs tijdens een uitvaart. ,,Zo’n absurde situatie. Ik stelde de dood vast, maar het koor zong verder en de preek werd afgemaakt.’’ ‘De dokter van de visjes’ noemden de kinderen hem toen nog vanwege het immense aquarium in zijn spreekkamer. Later was het een aapje op zijn bureau dat vele tientallen jaren als troostend speelgoed dienst heeft gedaan. Tot de laatste dag zelfs, want het staat nog steeds in zijn al bijna leeggeruimde werkkamer.
De eerste tien jaar had Brand nog een apotheek aan huis. Werk en privéleven waren compleet verweven. Toch hadden die korte lijnen ook veel voordelen, vindt hij nog steeds. ,,Alles was snel geregeld. Dreigde een echtgenoot zijn vrouw te mishandelen, dan was een telefoontje van de dokter naar de burgemeester voldoende om hem een periode in de cel te laten afkoelen’’, lacht hij. Maar er was ook een andere kant, weet Brand: ,,Ooit kwam ik uit bij een gehandicapte jongeman, die zijn kleine kamertje in 25 jaar nog nooit had verlaten. Op hun manier probeerden de ouders hem liefdevol te verzorgen. Dit zou nu toch ondenkbaar zijn.’’ Wel vindt hij dat juist in deze tijd wordt getornd aan de basale zekerheden van kinderen. ,,De veilige, liefdevolle omgeving van een vogeltje in z’n nestje. Ouders hebben geen tijd meer, kinderen worden ondergebracht en hebben een sleutel om. Het begint al bij de baby’s. Tussen vijf en zeven uur ’s avonds noemen we het op de Bredase huisartsenpost niet voor niets het ‘maxicosiverhaal’. Dan komen de ouders met hun snotterende kind zo van het kinderdagverblijf.
Liefdevol en met respect omgaan met patiënten vormen voor hem ook de basis van het huisartsenvak. ,,Geen verhaaltjes ophangen. Eerlijk zijn, luisteren en overleggen. En natuurlijk een gezonde dosis humor.’’
Jarenlang was de praktijk met 5000 patiënten gevestigd in het woonhuis aan de mr. Bierensweg. In 2003 werd het een duopraktijk in het medisch centrum aan de Middenweg. Hoewel hij best begrijpt dat de oude huisartsenpraktijk niet meer kan, wordt Brand niet vrolijk van de nieuwe structuur met een gezamenlijke Bredase huisartsenpost. ,,Het is een noodzakelijke concessie, maar het overzicht is weg. Vroeger wist de huisarts alles van de mensen. Ik kon bijna voorspellen wie er op het spreekuur kwam. Nu heb je voor alles een eigen loket, maar wie de patiënt is weet niemand meer.’’
Ook Prinsenbeek is in de loop der jaren veranderd, maar blijft voor Brand een uniek dorp. ,,De mensen hangen erg aan elkaar. De sociale controle is groot en het is beslist moeilijk om er als buitenstaander echt tussen te komen.’’ Toch is Prinsenbeek volgens hem het eerste leuke dorp na Moerdijk. ,,Er wonen inmiddels veel mensen van boven de rivieren, vaak met topfuncties. Samen met de van oorsprong boerenbevolking vormen zij een uniek geheel. En degenen die er ooit vertrokken zijn, willen allemaal weer terug.’’
Zelf wil hij er eigenlijk ook nog niet graag weg als huisarts, maar zijn maatschapscontract liep af. ,,Ik heb er m’n leven in geïnvesteerd’’, vertelt hij geëmotioneerd. De patiënten zijn vrienden geworden. Het voelt alsof ze m’n kindje afnemen.’’ Hij had nog graag een jaartje willen doorgaan, maar heeft begrip voor de keuze van de nieuwe generatie. Voorlopig ziet hij eerst nog vreselijk op tegen zijn afscheidsreceptie op 5 januari. Wat hij daarna gaat doen? ,,Waarschijnlijk hier en daar waarnemen en langzaam afbouwen. En samen met echtgenote Mieke op reis naar Kenya, want aan dit land heb ik echt mijn hart verloren.’’
















