1. ‘Lassen verbindt meer dan alleen ijzer’

    In de carnavalsloods aan de Overveldsestraat in Prinsenbeek wordt meer gebouwd dan alleen een wagen; hier wordt een ambacht levend gehouden en van generatie op generatie doorgegeven. Zodra de grote deur openschuift, komt een warme golf van geluid, vonken en bedrijvigheid je tegemoet, schrijft Carmen Walman. Voor de rubriek over oude en nieuwe ambachten ging ze op bezoek bij Boemeldonckse lassers.
    (Foto's: Carmen Walman, Studio Colorique)

    Door Carmen Walman

    Tussen het gaaswerk en de stapels vormijzer werken jongeren als Timo (15) en Lelie (15) van de BB&co geconcentreerd aan de jeugdwagen, onder het toeziend oog van Gommari van den Berg (5x11), een van de coördinatoren van de Boemeldonck Academie. Even later sluit ervaringsdeskundige Walter Nollen (78) aan, één van de leermeesters van de academie. Hij kijkt tevreden rond. ,,Lassen verbindt niet alleen ijzer”, zegt hij met een glimlach. ,,Het verbindt mensen.”

     

    Walter herinnert zich zijn beginjaren als de dag van gisteren. „Ik kwam op mijn vijftiende van de technische school en ben meteen bij een echte smid aan de slag gegaan”, vertelt hij. Zijn ogen glimmen bij de herinnering. „Paarden beslaan, houten wielen van een ijzeren band voorzien. Eerst het ijzer verwarmen, op het hout leggen, met twee hamers tegelijk slaan en dan razendsnel koelen met emmers water. Dat was het echte ambacht. Hij werkte daarna jaren in de landbouwmechanisatie, groeit door tot chef, maar één ding verandert nooit: zijn drang om kennis te delen. „Lassen is als fietsen”, zegt hij nuchter. „Als je het eenmaal kunt, verleer je het nooit.”

     

    Van niets iets maken

    Lelie is al drie-en-een-half jaar actief als lasser. Ze leerde de basis van haar vader en volgde cursussen bij de Boemeldonck Academie. ,,Ik vind het gewoon cool dat je van niets iets kunt maken’’, zegt ze enthousiast. ,,En dat je echt een rol hebt aan het begin van het bouwen van de wagen. Je moet vertrouwen hebben in jezelf. En niet bang zijn – dat helpt ook”, voegt ze met een lach toe. Lelie wil de opleiding decoratie- en restauratieschilder gaan doen bij het SintLucas. „Dan komt deze kennis en ervaring echt van pas.”

     

    Timo volgde zowel de las- als de vormcursus. Bij de vormcursus leer je eerst buigen en lassen van dun ijzer, het vormijzer. Bij de lascursus leerde hij constructielassen, dat is weer een stapje moeilijker. Hij loopt langs de stalen basis van de jeugdwagen, waar de contouren al duidelijk zichtbaar worden. „Dit is pas écht bouwen. En ja, lassen hoort daar echt bij.”  Voor de toekomst ziet Timo zichzelf een ander beroep uitoefenen, maar één ding weet hij zeker: ,,Voor de carnaval blijf ik altijd lassen.”

     

    Soms moet je gewoon opnieuw beginnen

    Een lasser leert veel meer dan alleen het maken van een mooie las. Vanzelfsprekend is het bouwen van een stevige constructie het doel, maar ook het herkennen wanneer iets niet goed is hoort erbij. ,,Soms moet je gewoon opnieuw beginnen”, zegt Walter. En alles moet schoon zijn – verf, roest en vuil moeten worden verwijderd. ,,Zagen, slijpen en boren hoort erbij, maar niet alle technieken als fitten, tappen en sponsen worden toegepast in de bouwloods.

     

    Fantasie

    Daarnaast draait het ambacht niet alleen om techniek, maar ook om inzicht en creativiteit. De jongeren leren nadenken over constructies en oplossingen verzinnen voor vormen die nog niet bestaan. „Maar het allerbelangrijkste is fantasie,” zegt Walter. „Je moet kunnen zien wat er nog niet is. Wat je in je hoofd hebt, moet via je handen naar buiten komen.” Volgens hem is dát precies de kracht van de lassers in de loods: een combinatie van technische vaardigheden én het creatieve inzicht om van losse stukken staal iets compleet nieuws te maken.

     

    „Bij lassen moet je je koppie erbij houden,” stelt Lelie. Ze somt de veiligheidsregels op:  een helm met laskap, handschoenen, brandvaste kleding, lang haar vast en altijd een emmer water in de buurt. We leren de deelnemers dat lassen ‘begint’ met het instellen van het lasapparaat en kijken op de doos met laselektrodes, want ‘iedere elektrode werkt anders’, legt Gommari uit. „Op de verpakking staat precies welke dikte elektrode erin zit en welke stroomsterkte je moet gebruiken. Staat de stroomsterkte te laag, dan heb je geen  juiste ontsteking en dus geen mooie vlamboog. Staat hij te hoog, dan smelt alles weg.”

     

    Op het staal dat je last, vormt zich een beschermende mantel, ook wel slak genoemd. Die mantel smelt tijdens het lassen en daarna volgt het vaste ritueel: schoonmaken, dus bikken, borstelen en zo nodig opnieuw beginnen. In principe wordt er alleen gewerkt met puur ijzer. Soms wordt het aanlassen van andere metalen toegepast.

     

    Nooit meer lassen zonder kap

    En dan is er nog het gevreesde risico voor elke beginner: lasogen.

    „Dan kun je niks meer,” waarschuwt Gommari. „Gordijnen dicht, zalf erop, dagenlang in het donker. Eén keer is genoeg om te weten: nooit meer lassen zonder kap.”

     

    Goed om te vermelden dat er tijdens het hele bouwproces regelmatig veiligheidscontroles plaatsvinden. De veiligheidscommissie van de BAK houdt nauwlettend toezicht op de kwaliteit van de constructie én op de manier waarop er wordt gewerkt. Zo wordt gegarandeerd dat de wagen niet alleen creatief, maar ook veilig de straat op gaat.

     

    Het blijft handwerk

    De techniek is in de loop der jaren enorm veranderd, vertelt Walter enthousiast. „Vroeger had je lasapparaten van vijftig bij vijftig centimeter. Je had er twee man voor nodig om ze te tillen! Nu werk je met compacte lasinverters, niet groter dan een broodtrommel.” Naast het vervangen van de losse handkap door een automatisch dimmende lashelm zijn ook de lasmethoden moderner geworden, met CO₂-lassen en met gasmengsels die zuurstof buitensluiten voor een strakker resultaat. „Maar,” voegt hij eraan toe, „het blijft handwerk. Een robot ziet niet wat wij zien. Die voelt niets. Die hoort het niet wanneer een las ‘zich goed zet’.”

     

    Bij de Boemeldonck Academie zien ze een groeiend aantal meiden dat kiest voor lassen. „Ze zijn vaak secuurder,” zegt Walter. „Sommigen hebben het na één avond al in de vingers. Daar staan de ouderen van te kijken.” Ondertussen kampt Nederland met een tekort aan lassers – zeker nu de technische scholen verdwijnen. „Goede lassers kunnen heel goed verdienen,” legt hij uit. „Vooral pijplassers; daar moet ieder stukje perfect zijn. Geen luchtinsluiting, geen fouten, dat is topsport.” De jongeren hier maken misschien niet allemaal van lassen hun beroep, maar dat is ook niet nodig. „Wat ze leren, nemen ze de rest van hun leven mee.”

     

    Wachtlijst

    In de loods wordt niet alleen gewerkt, maar ook verbinding gemaakt. „Iedereen mag zich inschrijven voor een lascursus” ,zegt Gommari, ,,Maar we kijken wel naar leeftijd en of iemand al eens is geweest. We kijken ook naar een eerlijke verdeling onder de diverse carnavalsclubs in Prinsenbeek. Er is elk jaar een wachtlijst.

     

    Dat zegt genoeg, toch? Carnaval geeft structuur. Je bent samen bezig.Je hoort ergens bij, maakt vrienden voor het leven. En ja, het doel is de cup winnen, dat motiveert.”

     

    Walter herinnert zich een moment waarop hij zijn eigen grenzen verlegde. „Bij de ruilverkaveling brak een plaat van een bulldozer. Ik heb drie dagen aan één stuk gelast. Toen het lukte, dacht ik: dát is vakmanschap.” Maar zijn grootste trots is anders. „Dat ik jongeren iets kan leren. Dat ze vooruitgang boeken. Dat ze hier weggaan met een vaardigheid. Dát geeft voldoening.”

     

    Lelie kijkt naar het groeiende frame van de wagen en zegt: „Straks, als hij naar buiten rijdt… dan zie je wat je met elkaar hebt gemaakt. Daar ben ik trots op.” Timo vult aan: ,,Dan denk ik: dit hebben we samen goed gedaan; elkaar iets gunnen en ook leren samenwerken naar een prachtig resultaat toe, dat is wat ik zie als ik straks naar de wagen kijk.’’

     

    Samenwerking oog, oor, hand en hart

    Lassen is een echt ambacht, een samenwerking tussen oog, oor, hand en hart. De jongeren die hier aan het werk zijn, leren veel meer dan alleen lassen; ze leren doorzetten wanneer iets niet in één keer lukt, samenwerken aan een gezamenlijk doel en verantwoordelijkheid nemen voor hun werk en voor elkaar.

     

    Dinsdag 10 februari 2026
    prinsenbeekboemeldonckcarnavallassencarnavalswagen
    (Foto's: Carmen Walman, Studio Colorique)
    Deel dit artikel op:
    0
    [nexturl]
    Reacties