Groenrijk zomergoed
Groenrijk zomergoed
  1. Kerst en Nieuwjaar van weleer

    ‘De dagen korten en de nachten lengen. Vraag! Wat zullen deze feestdagen en het nieuwe jaar ons brengen.’ Zo begint het kerstgedicht ‘Kerst en Nieuwjaar van weleer’ van Wijnand Bouman, waarin hij de lezer meeneemt naar het dorp Beek van vroeger.
    Markt 1960. (Foto: Heemkundekring Op de Beek)

    Door Wijnand Bouman

    Liefde en geluk is er nog steeds in huiselijke kring.

    Daarbuiten is de hectische wereld van het mijn en dijn, is de strijdbijl actueel en is na-ijver en jaloezie een bepalend ding.

     

    Klimaatverandering zal onomkeerbaar worden. De onheilspellende voortekenen zijn het bewijs, zo doorgaan is oerdom.

    In dit gedicht neem ik u mee naar vroeger, naar het dorp Beek, zonder franje,  met een kleine kom.

     

    We gaan terug naar de jaren zestig, Prinsenbeek een zelfstandig dorp.

    Tussen spoorlijnen verstopt, de grote stad op een steenworp.

     

    Ik loop in de namiddag dwalend door het polderlandschap.

    Een boer ploetert voort over zijn deels zwarte akker, door de drassige drab.

     

    Een span paarden trekt de ploeg en wentelt de aarde zwart.

    De ondergaande zon weerkaatst op het zwarte goud en maakt het apart.

     

    Een paard met kar vol getast met suikerbieten verlaat de polder.

    Op weg naar de fabriek in Breda, lossen met de hand, nu nog te zien op foto of in een folder.

     

    De vogels zoeken in struiken en in kruinen van bomen een slaapplek.

    Hazen verdwijnen in hun leger en het konijn in zijn hol, en zo heeft ieder zijn eigen stek. 

     

    Lopend richting mijn dorp wijst de haan op de toren mij de weg, zodat ik mij niet vergis.

    De silhouetten van de woningen tekenen zich af tegen de invallende duisternis. 

     

    Smalle weggetjes deels onverhard of geplaveid met kasseien, liggend in lange rijen.

    Geven toegang tot mijn spaarzaam verlichte dorp, waar de Bekenaren goed gedijen.  

     

    De molen ‘De Zeven Gebroeders’ torent hoog boven de Beeksestraat uit.

    Ooit een korenmolen in bedrijf, nu geen wieken meer en dus geen kruit.

     

    De Markt van de Beek, geen bruisend hart zoals nu maar donker en verlaten.

    Parkeerplaatsen en een grasveld met een onverhard pad vol gaten.

     

    Een politieman staat voor het ‘rokertje’ in een pofbroek, rijlaarzen, een leren jas en een klak.

    Geen verbinding zoals een telefoon, maar een praatje met passanten zo was het vak.

     

    De Boerenbond, een soort supermarkt in materialen van potgrond, gaas tot kerstverlichting.

    Bakkers, slagers en groenteboeren in overvloed, hun waar gestald in een eenvoudige inrichting.

     

    Geen appartementen in de kom, maar gezellige uitdragerijen, statige huizen en tapperij ’t Hert.

    Af en toe natuurijs, geen WinterWonderBeek maar wel een stal met Jozef, Maria, het Kindeke Jezus en levende schapen met kerst.

     

    Geen muziek in de straten, die kond doen van de komende kerstdagen.

    Lampjes en een lichtend hert in de tuinen ontbreken, maar dat mag de kerst niet versagen. 

     

    Kerst werd gevierd in huiselijke kring, met een echte kerstboom en een kerkgang.

    Kerstliederen klonken in de nacht op de hoeken van straten en live van zang.

     

    Al mijmerend beland ik weer in het heden, kom ik in mijn nu rijk verlichte straat en zeg ik bijna luid!

    Toch is de boodschap van kerst hetzelfde gebleven, in welke uithoek van de wereld je ook woont oost, west, noord of zuid.

    Dinsdag 24 december 2024
    prinsenbeekKerstmis
    Markt 1960. (Foto: Heemkundekring Op de Beek)
    Deel dit artikel op:
    0
    [nexturl]
    Reacties