Groenrijk korting potten
Groenrijk korting potten
  1. Het rijke polderleven van 100-jarige Piet Renne

    Hard werken, een positieve inborst en oog hebben voor anderen. Het zijn volgens oud-Bekenaar Piet Renne de ingrediënten geweest voor een rijk leven. Op 30 juli hoopt hij zijn honderdste verjaardag te vieren. Een mijlpaal, waarbij hij terugkijkt op zijn jeugd in Prinsenbeek en zijn levenswerk als pionier in de Noordoostpolder.
    • Familie Renne in 1947.
    (Foto's: Familie Renne)

    Hij ziet en hoort niet goed meer, maar met dochter Rian aan zijn zijde laat zijn verhaal via de telefoon niets aan duidelijk te wensen over; de eeuweling weet alles nog heel precies. Hij vertelt over zijn vader Frans en moeder Cor Renne-Romme. En over boerderij De Kluis in de Kluisstraat, waar hij opgroeide, waar nu de Haagse Beemden is.

     

    Hij was dertien jaar en net van school toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. In het najaar van 1944 moest het gezin evacueren nadat Duitse soldaten de boerderij hadden ingenomen. Nauwelijks terug na de bevrijding sloeg het noodlot toe: Kerstmis 1945 brandde de boerderij af. Kort daarna overleed zijn jongere broer Jan.

     

    Zelfstandig boer worden

    Zelfstandig boer worden was zijn grote droom. Maar als een van de vele zoons in het grote gezin lag overname van het ouderlijk bedrijf niet voor de hand. Emigreren naar Canada werd nog overwogen, maar na het overlijden van broer Jan vroeg zijn moeder de kinderen in Nederland te blijven. Piet besloot daarop zijn geluk te beproeven in de pas drooggelegde Noordoostpolder, bij de Rijksdienst IJsselmeerpolders, waar Neef Toon al werkte. Broer Frans kwam niet veel later. Broer Dré nam het bedrijf thuis over.

     

    Vanuit een werkkamp in Emmeloord werkte hij mee aan de ontginning van de nieuwe landbouwgrond. Met acht jongemannen uit alle windstreken sliep hij op een kleine kamer, terwijl thuisbezoek beperkt bleef tot één weekend per twee weken. De reis naar Prinsenbeek duurde uren: per fiets naar Breda, met de trein naar Zwolle en vervolgens via pontjes en een legervrachtwagen de polder in. ,,Maar ik was 22 jaar en wilde een toekomst opbouwen, dus dan doe je dat," vertelt hij.

     

    Zwaar handwerk

    Hun werk bestond uit het voor landbouw vruchtbaar maken van de oorspronkelijke zeebodem. Het was zwaar handwerk: greppels graven, kunstmest strooien en werkweken van meer dan vijftig uur, met een uurloon van tachtig cent. Toch hield hij zijn doel voor ogen: ooit zelf een boerderij krijgen. Zijn positieve instelling hielp daarbij. ,,Ik probeerde overal vriendschappen te hebben. Dat kan door zelf vriendelijk te zijn. En ook belangrijk is dat je goed naar anderen kunt luisteren." Hij was zijn hele leven goed in sociale contacten.

     

    Zeeuws-Vlaanderen

    Na enkele jaren als polderwerker werd hij ploegbaas en later landbouwkundig opzichter in de Braakmanpolder in Zeeuws-Vlaanderen, waar hij in de kost ging in Biervliet. Tijdens zijn korte verlof ontmoette hij bij een toneelvoorstelling in Liesbos Riet Rommens, een boerendochter van Zwartenberg. Ze trouwden in 1956 en gingen wonen in een opzichterwoning in Philippine in Zeeland. Daar werd ook oudste zoon Frans geboren.

     

    Een jaar later kwam de langverwachte kans. Piet kreeg een gemengd bedrijf van 24 hectare toegewezen in Tollebeek, in de Noordoostpolder. Niet het akkerbouwbedrijf waarop hij had gehoopt, maar wel een eigen bedrijf. Broer Frans had ook geluk. Hij kon met zijn vrouw een boerderij in Nagele pachten.

     

    Voor zijn vrouw betekende het echt pionieren, maakt Piet duidelijk. De woning was nog niet af en voorzieningen als water en elektriciteit ontbraken aanvankelijk. De rol van de vrouwen in die tijd is volgens Piet vaak onderschat. ,,Zij kwamen ergens van het platteland, waren nooit van huis geweest, trouwden en kwamen in de polder terecht. Riet kon dat aan, maar niet iedereen."

     

    Zeven jaar woonden ze in Tollebeek, waar ze beiden sociaal zeer actief waren. Piet als bestuurder en Riet bij de kerk. In 1963 verhuisde het gezin, inmiddels met vier kinderen en de vijfde op komst, naar een groter bedrijf in Biddinghuizen. En ook daar was het huis nog niet gereed, wat wederom aanpoten betekende. Piet zette zich volop in voor het verenigingsleven. Zo was hij jaren voorzitter van de katholieke boerenbond ABTB en actief binnen de aardappelcoöperatie die later Agrico werd.

     

    Hij bleef ondernemen. In 1975 kochten ze nog een akkerbouwbedrijf in Dinteloord, 160 kilometer verderop in Brabant. Dat werd gerund door bedrijfsleider Driek Verdaasdonk. Driek, ook afkomstig uit Prinsenbeek, is vanaf het begin in Tollebeek Piets hulp en toeverlaat geweest. Hij zorgde ervoor dat het werk op de boerderij altijd doorging. In 1964 zijn beide gezinnen verhuisd naar Biddinghuizen waar de samenwerking verder ging. Piet en Driek werden vrienden voor het leven. Het heeft Piet dan ook veel verdriet gedaan toen Driek in 2020 overleed.

      

    Roemenië

    Nadat zoon Frans het bedrijf in Biddinghuizen had overgenomen, verhuisden Piet en Riet naar Elburg, waar hij nog een varkenshouderij had. Ook na zijn pensioen bleef hij bestuurlijk actief en zette hij zich jarenlang in voor hulptransporten naar Roemenië. In totaal bezocht hij het land 34 keer om goederen te brengen en agrarische projecten te ondersteunen.

     

    Geen kunst maar een gunst

    Na het overlijden van zijn vrouw Riet in 2014 verhuisde Piet een jaar later naar een appartement bij een zorgcentrum in Dronten. Daar woont hij nog altijd zelfstandig. Dagelijks maakt hij een wandeling en stapt hij op de hometrainer. Zijn hoge leeftijd schrijft hij niet toe aan een geheim recept. ,,Het is geen kunst, maar een gunst."

     

    Op 30 juli viert hij met kinderen, familie en bekenden zijn honderdste verjaardag op een bijzondere plek: de voormalige boerderij van broer Frans in Nagele, tegenwoordig een partycentrum. Precies daar, waar Piet ooit als jonge polderwerker met het ontginningswerk begon aan de toekomst waarvan hij als jongen in Prinsenbeek droomde.

     

    En als hij terugkijkt op zijn lange leven, weet hij ook waar de basis werd gelegd: ,,Dat aanpakken, dat heb ik op de Beek geleerd."

     

    Bij de familiefoto uit 1947: 

    Bovenste rij staand vlnr:  Kees, Piet, Dré, Riet en To. 

    2e rij (achter ouders midden in foto): Mien en Frans.

    Zittend: Vader Frans (Sus) Renne, Jo, moeder Cornelia (Kee) Romme en Fon

    Jan was toen al overleden.

    Woensdag 01 juli 2026
    prinsenbeekhonderd jaareeuwelingnoordoostpolderboer
    • Familie Renne in 1947.
    (Foto's: Familie Renne)
    Deel dit artikel op:
    0
    [nexturl]
    Reacties