1. 'Nog niets beters ontwikkeld dan een hoefijzer'

    In een tijd waarin technologie zich razendsnel ontwikkelt, zijn er nog beroepen die nauwelijks te automatiseren zijn. Het werk van de hoefsmid is daar een treffend voorbeeld van. Voor de rubriek over oude en nieuwe ambachten ging Carman Walman langs bij hoefsmid Bob den Ouden (41) uit Prinsenbeek.
    (Foto's: Carmen Walman, Studio Colorique)

    Door Carmen Walman

    Voor Bob den Ouden is het ambacht een combinatie van passie, handwerk en vakmanschap. ,,We kunnen mensen naar de maan sturen’’, zegt Bob. Maar er is volgens hem nog steeds niets beters ontwikkeld dan een hoefijzer. ,,De Romeinen bedachten het hoefijzer en het werkt nog steeds.’’

     

    De liefde voor het vak is ontstaan doordat in de straat van zijn ouders een hoefsmid woonde. Als jongen had Bob een eigen paard en liep hij daar nieuwsgierig rond. Zo rolde hij langzaam in het vak. Hij volgde de mbo-opleiding Paardenhouderij, met aansluitend de opleiding Hoefsmederij. ,,Ik had altijd al een voorliefde voor paarden en voor werken met mijn handen. Dat kwam hier prachtig samen.’’

     

    Zijn eerste dag als afgestudeerde hoefsmid staat hem nog helder voor de geest. Het was 30 graden en ik ging mee met hoefsmid Ruud Huijbrechts. ‘Lekker weertje vandaag’, dacht Bob nog. Pas op het moment dat hij in die hitte onder het paard aan de slag mocht, merkte hij dat dertig graden echt wel warm is. Een moment dat hij nooit meer vergeet.

     

    Bob heeft zich toegelegd op het bekappen en beslaan van paardenhoeven. Hij werkt voor particulieren en voor stalhouders met bijvoorbeeld sportpaarden en heeft inmiddels een vaste klantenkring opgebouwd. Daar komt hij regelmatig, want met hoefnagels van paarden is het net als met de nagels van mensen, die groeien. Eens in de zes tot acht weken moeten de hoeven geknipt worden. Het bekappen van de hoeven vormt de basis, daarna volgt het vijlen van de hoef en eventueel het maken of aanpassen van het ijzer. Bij elke handeling komt maatwerk, vakkennis en vooral veel gevoel kijken.

     

    Bob vertelt dat zijn werkzaamheden onder ander bestaan uit het contact met de klant, kijken, voelen en soms laten stappen van het paard. Het beoordelen van de stap en het slijtingsvlak van de voeten bekijken. Hij werkt altijd toe naar het uitbalanceren, dat wil zeggen het zo vlak mogelijk laten landen en zo stabiel mogelijk maken van het paard. Veel voorkomende problemen zijn ontstekingen, hoefscheuren, straalkanker en rotstraal. Wanneer nodig schakelt hij samen met de eigenaar een dierenarts of kliniek in. Juíst die samenwerking, het bundelen van expertise, maakt het vak voor Bob zo bijzonder. Hij waardeert het teamverband en het gezamenlijke doel: het paard optimaal laten functioneren. Als voorbeeld noemt hij de sportpaarden, van een driejarige ruin die net begint tot een volwassen sportpaard. De hele ontwikkeling mogen begeleiden en bijdragen aan het beste resultaat is waar hij enorm van geniet.

     

    Traditionele en nieuwe instrumenten

    Hoewel het ambacht al eeuwen oud is, werkt de huidige hoefsmid met een mix van traditionele en nieuwe instrumenten. Het aambeeld, de boor-, schuurband-en tapmachine, aanvullend handgereedschap, ijzer en de oven blijven onmisbaar. Al heeft de gasoven het kolenvuur grotendeels verdrongen. ,,Kolenvuur werkt beter voor echt smidswerk, zoals een roos smeden voor een hek. Maar gas is praktischer.’’ Bob gebruikt zogenaamde ‘halffabricaten’ hoefijzers en zet er zelf als een soort van handtekening de lippen aan. Om het hoefijzer te plaatsen, zijn er twee technieken: warm en koud hoefbeslag. Bob kiest voor het verwarmen van het ijzer, het modelleren van het ijzer op het aambeeld en het branden op de hoef, daarna volgt het vastnagelen. Koud beslag laat zich volgens Bob minder makkelijk bewerken.

     

    Op locatie

    Een ander verschil met vroeger is dat klanten destijds met hun paarden naar de smid toe kwamen, terwijl de hoefsmid tegenwoordig juist op locatie werkt. Dat heeft te maken met het verdwijnen van het traditionele werkpaard ofwel de koudbloed, een paard dat zonder problemen in een hoefstal of travalje kon worden gezet. Warmbloedpaarden verdragen deze opgesloten situatie vaak minder goed en raken sneller in paniek. Daarom worden de dieren tegenwoordig vrijwel altijd ‘uit de hand’ behandeld: los, met begeleiding en in een vertrouwde omgeving.

     

    Bob volgt regelmatig bijscholing en bezoekt samen met dierenartsen en collega’s de nodige congressen. Daarnaast heeft hij een klein netwerk van vier bevriende hoefsmeden met wie hij kennis en ervaringen deelt.  ,,Door af en toe met elkaar mee te lopen houden we elkaar scherp.’’

     

    Het omgaan met paarden vraagt ervaring. Het is belangrijk dat paard en baas ontspannen zijn, maar ook de omstandigheden zijn belangrijk. ,,Ik werk het prettigst indien het paard in de wasruimte staat met tenminste één maatje op stal. Het paard is aan deze ruimte gewend, er is een vlakke bodem en ik heb goed licht om te kunnen werken.” De weersomstandigheden zijn ook van belang. Werken aan een nat paard is ronduit niet veilig. Sederen ofwel verdoven is mogelijk, maar het wordt liever niet gebruikt. Het paard moet het tenslotte leren. Maar veiligheid gaat boven alles. Ik ben me door de jaren heen bewust geworden van de risico’s. Eén trap kan genoeg zijn.”

     

    Instroom blijft achter

    De vraag naar het vakmanschap van een hoefsmid blijft onverminderd groot, maar de instroom van nieuwe professionals blijft achter. Veel leerlingen romantiseren het beroep en haken tijdens de opleiding af of kort na het behalen van hun diploma. Het beroep is fysiek veeleisend en het risico op ongelukken is aanzienlijk, wat regelmatig leidt tot uitval. ,,Het is zwaar omdat ik voortdurend voorovergebogen sta. Een paard beweegt veel, laat zijn voet hangen terwijl ik eraan werk en leunt soms op me. Een paard weegt gemiddeld 650 kilo, dus dan is dat best zwaar.” Daarnaast is het werk mentaal zwaar, maakt hij duidelijk. ,,Klanten hebben niet altijd begrip voor de overvolle agenda van de hoefsmid en verwachten dat die 24 uur per dag bereikbaar en beschikbaar is, of elk probleem direct kan oplossen.’’

     

    Bob heeft ook wel jongeren mee laten lopen voor een ‘snuffelstage’, maar de instroom van nieuwe hoefsmeden blijft een uitdaging. Opleidingen in Barneveld en Zwolle trekken enthousiaste jongeren aan, maar niet iedereen is voorbereid op het harde, zware en soms gevaarlijke werk. ,,Het is het mooiste vak dat er is, maar taai.” Zijn advies aan jonge starters: ,,bereid je goed voor en laat je niet gek maken.’’ Het beroep van hoefsmid is inmiddels niet meer beschermd, met alle risico’s van dien. ,,Iedereen kan zich tegenwoordig hoefsmid noemen, maar je werkt wel met een mes aan een dier.’’

     

    Hoefijzer printen

    Digitalisering en AI zullen het ambacht volgens hem niet vervangen. Je kunt 3D-geprinte hoefijzers maken, maar het materiaal is meestal niet fijn voor een paard. En een printer ziet niet waar je bijvoorbeeld een gedeelte van de hoef moet vrijhouden. Er kan veel, maar deze ontwikkeling kan volgens Bob het vakmanschap en handwerk niet vervangen. 

     

    Op de vraag waar hij het meest trots op is, hoeft hij niet lang na te denken. ,,Mijn gezin: mijn vrouw en drie kinderen. En op wat ik heb bereikt: een mooie klantenkring, fijne paarden om mee te werken en prachtig werk.’’ Niet het beste paard ter wereld kan hem trots maken, maar het samenwerken met klanten en deskundigen die net als hij fanatiek zijn en een passie hebben voor paarden. Samen een probleem oplossen, samen aan een doel werken, dat zijn de mooie momenten. Wat zijn werkwijze uniek maakt? De basis, benadrukt hij steeds. ,,Als de basis niet goed is, kun je niet corrigeren. Dat hebben mijn leermeesters – Gebroeders van Nassau - me geleerd, en dat zit er nog steeds diep in.’’

     

    Vakmanschap en handwerk laten zich niet zomaar vervangen

    Het vak van hoefsmid vraagt vakmanschap, geduld, doorzettingsvermogen en vooral liefde voor het paard. Het is een eeuwenoud ambacht dat zich weliswaar langzaam ontwikkelt, maar naar verwachting nooit volledig zal veranderen. Want zoals deze hoefsmid zegt: ,,Er kan veel. Maar vakmanschap en handwerk laten zich niet zomaar vervangen.’’

    Donderdag 29 januari 2026
    prinsenbeekhoefsmid
    (Foto's: Carmen Walman, Studio Colorique)
    Deel dit artikel op:
    0
    [nexturl]
    Reacties