1. Beek, Gij zijt veraanderd

    Tijdens ouderenmiddag 'Bikse Carrousel' zaterdagmiddag stond ook Kees Nagelkerke (87) uit Prinsenbeek op het podium van De Drie Linden. Hij droeg er verschillende gedichten voor. Eén daarvan met de titel 'Beek, Gij zijt veraanderd', over hoe het vroeger was. Een mooi stukje geschiedenis van het dorp, dat voor de liefhebbers ook hier te lezen is.

    Beek, Gij zijt veraanderd

    Prinsenbeek heette vroeger Beek, het was het schoonste plekske van de streek.
    Er heerste rust, armoede, doch ook tevredenheid.
    En het is best wel de moeite waard zogezeed, dat jullie Beekse mensen toch ook weet.
    Hoe het op de Beek zoal verging in vroeger tijd.

     

    Beekse mensen deden alles op hun gemak, aan jagen en tobben hadden ze het lak.
    Men werkte hard en men kocht veel kinderen.
    Het was de akker op en de akker af, op hun gemak en nooit in draf.
    En niemand kon ze dat verhinderen.

    Er stond een nonnenklooster en een kerk en voor het H. Hart een heel mooi perk.
    Naast enkele grote boerderijen stonden er vooral veel kleine.
    Natuurlijk wat winkeltjes en veel cafés, dus geen cafetaria's of een chinees.


    Veel hebben we van ons dorpje zien verdwijnen.

    Beek had de Tuintjes, d'n Emer en Keihoef, de Kriekepolder, Muizenberg en Prinsenhoef.
    De Zanddreef, groot en klein Overveld.
    Steenakker, Bosdal, Burgst en Kraaiennest, maar waar ge ook woonde, 't was overal best.
    En hier en daar zag je toen nog een knollekesveld.

     

    Men hield er een koeike en een bok, ging meestal met de kippen op stok.
    Want televisie was er toen nog niet.
    En 's morgens kraaide al vroeg de haan, er werd vaak om vier of vijf uur opgestaan.
    Het was anders dan nu zoals ge ziet.

    De kinders zeiden al vroeg houdoe, gingen naar school, naar soeur Martina toe.
    Niet mee lang haar of in een spijkerbroek, maar in een bloes, vaak uit een oud stuk doek.
     

    De melk van de boer zijn koe, die bracht men naar Sint Gertrudis toe.
    Dat was de melkfabriek in de Valdijk.
    Elke boer die had een nummer op zijn melkbus, dat gaf dan geen abuizen,

    dus de directeur had zo op alles een goede kijk.

    De erebiezies gingen naar de boerenbond, die naast die zuivelfabriek stond.
    De weegbrug stond voor het café van Dien van Eijle.
    De tupsen- en sipkestijd zijn voorbij, dat is jammer voor jullie, maar ook voor mij.
    Die goeie ouwe tijd is voor altijd wijlen.

     

    Denk je nou, ze hadden alles wat hun hartje begeert, dan denk je niet goed, maar verkeerd.
    Ge kon bijvoorbeeld op de Beek heel vroeger niet sparen.
    0 ja, natuurlijk wel in een ouwe sok of bij vrouwen onder hun baaie rok.
    Maar ge kon het geld niet bij een bank laten bewaren.

     

    In 1916 is de coop. Boerenleenbank gesticht en werd dus de 1" bank van Beek opgericht.
    Dat hadden we dan weer aan de boerenbondleden te danken.
    Ging je om geld bij directeur Boeren aan de deur, vroeg Kiske steevast: Waar is het veur?
    En later hadden we op de Beek maar liefst drie banken.

     

    Een huisje voor oewen ouwe dag, is iets wat ge vroeger ook niet zag.
    We hebben nou Hagedonk voor de bejaarden.
    We kunnen thans naar zes dokters heen, dokter van de Kar was er vroeger maar alleen.
    En we gingen van vijf naar nog maar ene eerwaarde.

     

    In 1922 werd aan de Kapelstraat een school gesticht, en in 1923 kwam er elektrisch licht.
    Ja, ook het gehuchtje Beek dat groeide.
    En wat ge nou niet meer zou verwachten, dat ze vroeger aan huis varkens slachten,
    en de pastoor zich nog overal mee bemoeide.

    Geen harde wegen, maar veel zand, de meeste mensen werkten op het land.
    Men reed toen nog met kar en paard.
    De gezinnen waren doorgaans groot, veel boeren bakten zelf nog hun brood.
    Hier te leven was echt wel de moeite waard.

     

    Ook op Beek werd het na de oorlog anders, we hadden toen ook nog geen buitenlanders.
    En het jaar 1942 was heel belangrijk voor ons Bekenaren.
    Want altijd hadden we tot Princenhage behoord, en eindelijk gebèurde het zoals het hoort.
    Beek werd zelfstandig en zou het als een rijkdom ervaren.

    En de eerste burgemeester werd Sterkens hier, hij was ook de eerste boerenleenbankkassier.
    Zo zie je maar, het kan verkeren in het leven.
    Na hem kwam Baetens, wie kent hem niet, hij noemde zich Pierre in plaats van Piet.
    Hij was actief, bekwaam en ook zeer bedreven.

     

    Beek bestond uit boeren en arbeidersmensen, werd van lieverlee een woonplek van forenzen.
    En wij, Bekenaren, zouden er niet slecht van varen.
    Er werd hier veel, mooi en duur gebouwd, dat heeft ons zelfs weleens benauwd.
    De grootste groei lag in de 60- en 70-er jaren.

     

    En dan breekt 1951 aan en wordt de Beek Prinsenbeek voortaan.
    Dat is door het Rijk en de Provincie besloten.
    Met een stukje van Princenhage en van Beek erin en dus eindelijk onze zin.
    En voor de postbestellers abuizen uitgesloten.

     

    Veel is er weg en is er dus niet meer, da's zonde en dat doet nog weleens zeer.
    Veel winkeltjes en cafeekes zijn er verdwenen.
    We weten nog, het werd in 1976 een feit, we raakten een mooi stuk van Prinsenbeek kwijt.
    Dat ging, tegen onze zin, naar de stad Breda henen.

    De nonnekes van de markt verlieten Beek, ook verdween processie, lof en vastenpreek.
    En de mooie gotische kerk werd afgebroken.
    Ja, zei men, het is een teken van de tijd, mooi gezegd, maar wij zijn hem toch maar kwijt.
    Maar het H.Hartbeeld houdt nog altijd zijn armen uitgestoken.

     

    Na Baetens werd Verwiel als burgemeester geïnstalleerd, hij heeft tot 1992 geregeerd.
    En daarna is Kees Jan de Vet gekomen.
    Korte tijd later kwam na een moedige strijd, een definitief einde aan onze zelfstandigheid.
    En heeft de stad Breda ons ingenomen.

    Het is dan wel ons lot, maar de gemeenschap van Beek krijgt niemand kapot.
    Geen gezeur, geen gemekker, we blijven ons zelf.
    En we hebben nu ook wel iets meer kale kak, maar ook, zoals ge weet, de Beekse BAK.
    Met prins, gevolg, kapel en raad van elf.

     

    Voor ons Beeks geluk hebben we niemand nodig, hulp van waar dan ook is overbodig.
    Ook al loopt er inmiddels een trein op de HSL-lijn.
    Sport en recreatie is hier volop, clubs kregen zelfs een ledenstop.
    Nee, de Beekse gemeenschap krijgt niemand klein.

     

    En daarom houden wij zo van Prinsenbeek, het was daarom dat het mij aardig leek.
    Om de oude, de vergane glorie op te schrijven.
    Dan kun je de oude tijd weer eens beleven, en denken: Kees heeft gelijk, Beek zij geprezen.
    En dat is ook zo, zonder het te overdrijven.

    Woensdag 22 november 2023
    PrinsenbeekBeekhistoriegedicht
    Deel dit artikel op:
    0
    [nexturl]
    Reacties