'Maak vaart met het Praktijk-VWO'
Door Sofie van de Waart
Mijn ouders gaan verhuizen en daarbij komt een heleboel interessant archiefmateriaal naar boven. Een schorsingsbrief van de middelbare school wegens 'poging tot spijbelen' en 'veelvuldig te laat komen', en mijn cijferlijst van het gymnasium met in één jaar tijd een acht, een zes en een vier voor Frans. Ik wilde als basisschoolleerling bij een rondleiding op de lts graag bakker worden, dat leek me leuk. Helaas zat ik het jaar erop in één gymnasium. Ik wist niet eens hoe ik mijn agenda mee moest nemen, laat staan dat ik die invulde of huiswerk georganiseerd kreeg. ADHD bij meisjes bestond nog niet; het zou 25 jaar duren voor ik wist dat dát mijn concentratieproblemen veroorzaakte. Ik legde me neer bij de conclusie van mijn leraren en ouders: 'Ze kan het wel maar ze wíl het niet' en trapte lol met mijn klasgenoten. Ik hield het nog vol tot en met de tweede, ben toen naar drie vwo gegaan, maar heb uiteindelijk na doubleren in vier vwo ternauwernood de havo afgemaakt.
Lees- en leefkinderen
Toegegeven, dat diploma haalde ik dankzij mijn moeder die me mondeling alles vertelde uit mijn studieboeken zodat ik overal net doorheen zwijnde. Om met grote afschuw van leren de middelbare school te verlaten. Zoals Annie M.G. Schmidt al zei: je hebt leeskinderen en leefkinderen. Ik was een leefkind, dat weliswaar graag boeken las, maar geen schoolboeken waarvan ik het directe nut in mijn leven niet kon afleiden. Wat had je immers aan Duitse naamvallen als je ook de disco in kon?
Uiteindelijk ben ik er met wat vallen en opstaan gekomen, maar het zou zoveel makkelijker kunnen. Het vwo is 'voorbereidend wetenschappelijk onderwijs'. Als je Nederlands hebt in de eerste klas, is dat al een mooie voorbereiding op een theoretische studie Nederlands. Hetzelfde geldt natuurlijk als je natuurkunde of Latijn gaat studeren. Je hebt een beeld bij die studie want je hebt al een aantal jaren dat vak onderwezen gekregen. Als je een echt leefkind bent kan je ook nog wel wat met een studie als geneeskunde, tandheelkunde of diergeneeskunde. Maar voor je daar bent, zal je wel jarenlang die theorie door moeten worstelen. Terwijl ik me een prima voorstelling kan maken van een vak ter voorbereiding op de studie Bouwkunde, waarbij je én een muur leert metselen, én leert inmeten én alvast kennismaakt met digitale tekenprogramma`s. Een voorbereiding op een studie aan de Hogere Hotelschool, waar je op hoog niveau onderwijs krijgt zoals op een Franse kookschool. Of een voorbereiding voor de landbouwuniversiteit met kennis over gewassen en veldexcursies bij agrarische bedrijven.
Niet-passend onderwijs
De makkelijk lerende kinderen die nu noodgedwongen op het vmbo praktijkgerichte deel terecht komen, omdat de match met het theoretische vwo-onderwijs niet goed is, horen daar écht niet thuis wegens het gebrek aan cognitieve uitdaging. Ook leerlingen met zware dyslexie komen vaak de onderbouw met alle vreemde talen niet door en stromen af naar het vmbo, terwijl bij hun intelligentie een havo of vwo diploma beter passend is. Als ze de wel de onderbouw overleven kunnen ze vaak pas goede resultaten laten zien bij het exacte vakkenpakket. Dit niet-passende onderwijs resulteert nu te vaak in thuiszitten en een neerwaartse spiraal van psychische problemen ontwikkelen waarbij ze uiteindelijk, ondanks hun talenten, zonder diploma de middelbare school verlaten.
In de Scandinavische landen daarentegen hebben álle leerlingen vanaf de basisschool tot en met het eindexamen vakken zoals houtbewerken, naaien en home economics, waar je zowel leert koken als het concept hypotheek krijgt uitgelegd. En besluit je naar een vakschool te gaan in plaats van naar de universiteit, dan staat dat volledig gelijk in maatschappelijk aanzien. Die Berlijnse muur tussen theoretisch en praktisch opgeleide mensen in combinatie met makkelijk of moeilijk lerende leerlingen is onwenselijk voor onze maatschappij. Want hoe mooi zou het zijn als een vwo-leerling in plaats van een keuzevak Spaans ook voor autotechniek of bakken zou kunnen kiezen, en daarbij met leerlingen van het praktijkonderwijs of het vmbo in de klas zou komen te zitten?
Bij de verhuizing van mijn ouders kwam er nóg een papiertje boven water. Een psychologisch onderzoek naar aanleiding van mijn slechte resultaten op het vwo. Blijkbaar heb ik de herinnering aan dit document verdrongen, want ik was in de stellige overtuiging dat ik het Praktijk-VWO zelf bedacht heb. Maar wat schetst mijn verbazing in het advies van de psycholoog in 1996: 'Er wordt geadviseerd de leerstof zo te veranderen dat er meer uitdaging in zit voor Sofie. Dit zou betekenen dat er een programma zou moeten komen waarbij ze meer praktisch aan de slag kan.' Het zinnetje eronder luidt: 'Helaas geeft de school aan dat ze nog niet zo ver zijn dat ze met deze optie iets zinvols zou kunnen doen.'
Praktijklessen
Bijna dertig jaar later is het onderwijs nog steeds niet zo ver dat ze met deze optie iets zinvols doen. Op dit moment zet ik een voorziening op voor makkelijk lerende, langdurige thuiszitters in het voortgezet onderwijs. Eén van de speerpunten? Naast de cognitieve vakken krijgen deze leerlingen praktijklessen in bouwen, koken en techniek. Zodat hoofd en handen samen hun hart weer kunnen vullen en ze hopelijk met plezier naar school gaan.
Dit artikel is een bewerking van de inleiding uit het boek 'De wereld van juf Sofie', te koop bij uitgeverij Pica (klik hier) of de boekhandel voor 14,95 euro. Hierin bekijkt Sofie van de Waart op kritische en humoristische wijze het Nederlandse onderwijs in al haar facetten. Het boek is in Prinsenbeek te koop bij Speelgoed & Kadohuis Babsies en Aarts Wijnen. Tip van Sofie: 'Leuk cadeautje voor de juf of meester!'


















